Assen - De PVV Drenthe trekt een harde grens: in Drenthe mogen rechtsgeldige natuurvergunningen van boeren niet worden ingetrokken zolang zij zich aan de voorwaarden van hun vergunning houden.
Aanleiding zijn de ontwikkelingen in Noord-Brabant, waar bestaande natuurvergunningen van agrarische bedrijven ter discussie staan. “Een overheid die een vergunning verleent, moet daar ook voor staan,” zegt Bert Vorenkamp, fractievoorzitter van de PVV Drenthe. “Je kunt niet eerst jarenlang boeren laten investeren op basis van een vergunning en vervolgens de spelregels veranderen en hun vergunning afpakken. Dat is geen perspectief bieden, maar boeren letterlijk hun toekomst afnemen.”
Klip-en-klaar antwoord
De PVV Drenthe dient schriftelijke vragen in bij het college van Gedeputeerde Staten. De fractie wil van GS een helder antwoord op de vraag of ook in Drenthe wordt gewerkt aan het geheel of gedeeltelijk intrekken van bestaande natuurvergunningen van agrarische bedrijven.
“Wij willen geen bestuurlijk antwoord vol mitsen, maren en juridische achterdeurtjes. Wij willen weten of het college van plan is om Brabant achterna te gaan: ja of nee,” aldus de PVV Drenthe bij monde van haar fractievoorzitter Bert Vorenkamp.
De PVV wijst erop dat het provinciale programma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe (TLGD) juist spreekt over het bieden van toekomstperspectief aan de Drentse boeren en het versterken van de landbouwstructuur. De provincie stelt bovendien dat het programma moet helpen om het vergunningenslot te doorbreken en vergunningverlening weer mogelijk te maken.
“Dan is het volstrekt tegenstrijdig wanneer boeren tegelijkertijd moeten vrezen dat de provincie hun bestaande vergunningen gaat intrekken.
De PVV Drenthe vindt daarom dat het uitgangspunt helder moet zijn: Geen Brabantse situatie in Drenthe. Geen vergunningenjacht. Geen gedwongen bedrijfsbeëindiging via de achterdeur.