Buurt rond scholen gaat anderhalvemetersamenleving voelen

Hoe moet dat straks bij het Stadskwartier?
Foto: Google Maps

Meppel – Als één van de eerste versoepelingsmaatregelen voor de lockdown light gaan op 11 mei de basisscholen, de kinderdagverblijven en de buitenschoolse opvang weer (deels) open. Dat is niet alleen binnen de gebouwen een uitdaging, maar vergt ook buiten de nodige ingrepen als ouders de anderhalve meter afstand moeten blijven respecteren. Dat gaan de omwonenden merken.

Verschillende organisaties waaronder het Fiesberaad van Crow hebben een eerste aanzet voor een veilige verkeersafhandeling bij de scholen de opvang gemaakt. De nadruk ligt daarbij op de basisscholen. Ouders zullen bij het brengen en halen van hun kinderen anderhalve meter in acht moeten kunnen nemen ten opzichte van andere ouders, personeel, kinderen en omwonenden. Daarnaast is in het Protocol opstart basisonderwijs bepaald dat ouders niet in de school of op het plein mogen komen. Een belangrijke boodschap is om zoveel mogelijk lopend of op de fiets naar school te komen. Voor de concrete invulling per school zijn in de eerste plaats de scholen zelf verantwoordelijk.

In het protocol staan hiervoor allerlei handreikingen. Het gaat dan om zaken als de spreiding van de begintijden en het gebruik van verschillende ingangen. Voor de afwikkeling van het haal- en brengverkeer heeft de school echter in veel gevallen wel de medewerking en deskundigheid van de gemeente nodig: dit moet immers allemaal in de openbare ruimte gebeuren, omdat ouders het schoolplein niet op mogen. Of daardoor ruimteproblemen ontstaan zal sterk afhankelijk van de plaatselijke situatie. Voor de scholen is het in elk geval belangrijk dat ze weten bij wie ze terechtkunnen binnen de gemeente.

Op afstand parkeren

Wat de scholen zelf kunnen doen is in de notitie op een rijtje gezet. Personeel dat lopend, op de fiets, met het OV of met de auto naar school komt komt meestal niet aan of vertrekt tijdens de haal- en brengtijden van de kinderen. Het is daarom vooral zaak dat hun fietsen en auto’s geen parkeerruimte vlakbij de school in beslag nemen. Dus de fiets in het fietsenhok en de auto op grotere afstand parkeren. De school kan stimuleren dat het personeel lopend of eventueel op de fiets komt.

Dichtbij de ingang is voldoende openbare ruimte nodig waar de ouders afscheid kunnen nemen. Op trottoirs smaller dan twee meter is een scheiding van loopstromen van komende en vertrekkende ouders wenselijk. Een soort eenrichtingsverkeer voor voetgangers. Bij kinderen die op de fiets gebracht worden kunnen ouders hun fiets op enige afstand neerzetten en dan lopend verder gaan. Eventueel is een scheiding van fietsstromen wenselijk, dus ook met eenrichtingsverkeer). Bij gebrek aan ruimte kan de school ouders vragen om hun kinderen vooral lopen naar school te brengen.

Tijdelijke ge- en verboden

Vanwege het ruimtegebruik en de verkeersveiligheid komen ouders die hun kinderen met de auto brengen het eerst in aanmerking om op enige afstand te parkeren en lopend verder te gaan. Kinderen die zelfstandig lopend of fietsend naar school komen moeten veilig de halers en de brengers kunnen passeren. De fietsen van de kinderen kunnen op het terrein van de school geparkeerd worden. Het is niet wenselijk dat kinderfietsen in de openbare ruimte worden neergezet. Vooral in krappe situaties moet het overige (auto) verkeer – vooral van buurtbewoners – tijdens de haal- en brengspits zoveel mogelijk ontmoedigd worden, bijvoorbeeld door het instellen van een tijdelijk inrijverbod of eenrichtingsverkeer. Ook het weren van geparkeerde voertuigen kan veel ruimtewinst opleveren, aldus de notitie.

Reacties